Week 22 - Theorie rootnaalden

Gepubliceerd op 14 januari 2026 om 10:01

Week 22 - DE THEORIE OVER ROOTEN

Kies het mohair dat past bij de leeftijd van je reborn. Een pasgeborene heeft vlassig dun haar, de eerste weken. Een baby van 3 maanden heeft een hele andere haarstructuur, net als een peuter. 

Kies daarnaast een naald die goed bij jou past, afhankelijk van de techniek die je gebruikt en het resultaat dat je wilt bereiken. 

We gaan hier dadelijk dieper op in.

 

Gebruik altijd een rootkussen en begin achter in de nek van je Reborn. Als je aan de voorkant zou beginnen, oefen je tijdens het verder rooten aan de achterkant voortdurend druk op het aangezicht uit. Dat is zonde, want juist aan de voorkant moeten de haartjes mooi en onbeschadigd blijven. Door van achter naar voren te werken, voorkom je dat de haren aan de voorkant geplet of afgebroken worden.

 

Probeer je hoofdje zelf zo min mogelijk te draaien tijdens het rooten. Draai in plaats daarvan je kussen, zodat je zo weinig mogelijk druk uitoefent op de haartjes, die nog niet vastgelijmd zijn en dus heel kwetsbaar

TECHNISCHE UITLEG ROOTNAALDEN

 

Een Rootnaald werkt volgens hetzelfde basisprincipe als een viltnaald:

er zitten kleine weerhaakjes (barbs) aan de punt, die vezels meenemen in het materiaal.

Het verschil is dat een viltnaald wordt gebruikt om wolvezels met elkaar te vervilten, terwijl een rootnaald bedoeld is om haartjes in vinyl of siliconen te plaatsen.

1. Opbouw van de viltnaald

Een viltnaald is gemaakt van gehard staal en heeft:

-een puntige top met microscopisch kleine weerhaakjes (barbs)

-een rechte schacht, vaak driekantig of spiraalvormig,

-een verdikte bovenkant die in een houder of handvat geplaatst kan worden.

 

De barbs trekken vezels naar binnen bij het insteken, maar (meestal) niet terug bij het uittrekken.

2. Barbs en naalddikte

Bij rootnaalden wordt ook bij viltnaalden de dikte aangegeven in “Gauge (G) (gg)”:

hoe hoger het getal, hoe dunner de naald. De meest voorkomende maten zijn 38 t/m 46g.

Hoe dunner de naald, hoe gemakkelijker hij ook breekt. 

MATERIAALKEUZE

De rootnaalden van Jana Günther (hierboven) zijn een bijzondere aanvulling op je reborn-gereedschap. Je herkent ze meteen aan de gekleurde coating. Die coating heeft niet alleen een mooi uiterlijk, maar ook een praktische functie: hij zorgt voor een betere grip tijdens het rooten. Dat betekent dat je geen aparte naaldenhouder nodig hebt – handig én comfortabel!

 

Het kleurensysteem van de naalden vertelt daarnaast iets over de eigenschappen van elke naald. In principe kun je met iedere naald werken, maar welke naald voor jou het prettigst is, is heel persoonlijk. In een volgend artikel ga ik dieper in op hoe je de juiste naald kiest en waar je op kunt letten bij je eigen rootwerk.

Het is ook duidelijker uit te leggen in kleuren.

 

HET PRINCIPE VAN BARBS

Nu weet je dat "Gauge" de dikte van de naald aangeeft.

Bij het rooten van haar speelt het aantal barbs op je naald een cruciale rol, en hoe je dit inzet hangt af van je root-stijl.

Rooter nummer 1 – werken met een plukje haar:

Hier bepaal je de hoeveelheid haar die je in één keer wilt implanteren door het aantal barbs op je naald.

Minder barbs → minder haar per insteek

Meer barbs → meer haar per insteek
Zo kun je snel en effectief creëren, afhankelijk van de gewenste haardichtheid. 


Rooter nummer 2 – werken met enkele haren (mijn wijze):

Deze methode vraagt meer precisie en werkt haar voor haar. Het geeft je meer controle over de individuele plaatsing van haartjes omdat je slechts 1 aanbied aan je naald.

Het aantal barbs beïnvloedt hier vooral de kans op succes:

Meer barbs → grotere kans dat de enkele haar in het gaatje komt bij insteken.

Minder barbs → kleinere kans, waardoor je extra moet letten op hoek en techniek.

 

Kortom: bij rooter 1 gaat het om hoeveelheid, bij rooter 2 om precisie en kans op succes. Door dit principe te begrijpen, kun je bewuster kiezen welke naald je gebruikt en het gewenste resultaat efficiënt bereiken.

 

TOELICHTING NAALDTYPE

Spiraalvormige naald:

Door de spiraalvorm neemt deze naald meestal iets meer haar per insteek mee.

Het grote voordeel is dat de naald het uiteinde van het haar niet meer mee terug kan nemen naar buiten. 

Als je tijdens het rooten merkt dat er korte stukjes haar mee terugkomen, is de spiraalvormige naald (bijvoorbeeld de lavendelnaald) het meest geschikt.


Vorknaald:

Zoals de naam al zegt, heeft deze naald de vorm van een tweetandige vork.

Hij neemt het haar mee dat tussen de tanden valt, waardoor je nauwkeurig één of enkele haren kunt plaatsen.


Driekantige (triangular) naald:

Dit is de standaardnaald die het meest gebruikt wordt. Is veelzijdig in gebruik.

VOLGENDE WEEK

Nu we de theorie over het gebruik van naalden hebben besproken, is het goed om voor jezelf op een rijtje te zetten wat bij jou past. Het mooie aan de naalden van Diana Günther is dat zij een testset hebben ontwikkeld, waarmee je alle kleuren en typen naalden kunt uitproberen.

 

Als je nog niet precies weet welke manier van rooten bij jou past of welke naald prettig in de hand ligt, is het zeker de moeite waard om zo’n testset aan te schaffen en zelf te experimenteren.

 

Volgende week gaan we dieper in op hoe we inhoudelijk gaan rooten. Tegen die tijd heb ik deze baby zelf afgeroot, en dan neem ik samen met jullie alle details door: de do’s en de don’ts, zodat je precies weet waar je op moet letten.

Tot dan!!

...

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.